• Les 64

        -  

        Seldo félala

    Gevoelige jongen

     

    1 –      

    Heri ya tule olla alta ataque,

    Een vrouw die voorbij een groot gebouw komt,

    2 –       

    cene pitya hína ya nyénea i andos.

    ziet een klein kind dat bij de poort aan het wenen is.

    3 –   

    Manan nyéneal, sonda?

    Waarom weent ge, schatje?

    4 –        

    An attonya táre rinces namba taxe i rambasse,

    Omdat mijn papa toen hij probeerde om een nagel in de muur te kloppen,

    5 –    

    epétië i nambanen leperyasse.

    met de hamer op zijn vinger geslagen heeft.

    6 –         

    Mal pitya, ma len mauya nyéna quanen ve tana?

    Maar kleintje, moet ge om iets als dat wenen?

    7 –      

    Ui, ui, eques nairave, lau alandiën…

    Nee, nee, zei hij droef, integendeel ik had gelachen…

    8 –      

    Mauya hínín yar nyénar rimbave, atiuta.

    Kinderen die vaak wenen, moeten getroost worden.

    9 –        

    Atani yar carir qua auqua, uar mere alala.

    Mensen die iets stoms doen, willen niet uitgelachen worden.


    Opmerkingen:

    • Op de laatste twee lijnen van deze les zien we voorbeelden van de passieve infinitief. Deze infinitief vormt ge door aan de gewone infinitief het voorvoegsel a- toe te voegen. We vertalen het door een voltooid deelwoord met "worden":   merin acene "ik wil gezien worden".
    • Als de gewone infinitief met een klinker begint dan schrijven we in de fonetische weergave tussen de a en de infinitief een koppelteken:      ondo sina pole a-orta "deze steen kan opgetild worden". In tengwar zien we dit niet maar het voorvoegsel vormt wel nooit een tweeklank met de beginklinker    uan mere a-usta "ik wil niet verbrand worden".
    • Tenslotte merken we op dat ook hier, net als in les 56 bij het perfectum, de Oudelfse vormen tevoorschijn kunnen komen:   merin allare "ik wil gehoord worden" ( = + , allare = a + hlare).
    • Het actief deelwoord  félala in de titel betekent eigenlijk "voelend" (- fel- "voelen").
    • De bezitsvorm  leperya "zijn vinger" is een samentrekking omwille van de welluidendheid, de volledige vorm is:  lepererya. Zulke samentrekkingen zijn nooit verplicht.
  • Les 64 oefening

    

    1.     

    2.     

    3.      

    4.    

    5.           

    6.      

    7.         

    8.     


    1. Alte ataquessen marir úvië atani.

    2. Ilye quottain mauya apaitya lúmesse.

    3. Enyéniën táre nostarinyar oanter mardenna.

    4. Manan petel hína sina?

    5. An uas mere pare nóleryar ar tenna enwa mauya apere ole.

    6. Panyanen hyapanyar yasse apaniël i lenyar.

    7. Á tule sinome, an quanen quen ua nyéna.

    8. Quámië atani merir senen a-envinyata.


    1. In grote gebouwen wonen erg veel mensen.

    2. Alle rekeningen moeten op tijd betaald worden.

    3. Ik heb geweend toen mijn ouders naar huis vertrokken.

    4. Waarom slaat ge dat kind?

    5. Omdat hij zijn lessen niet wil leren en tegen morgen moet er veel geleerd worden.

    6. Ik zette mijn schoenen waar gij de uwe gezet hebt.

    7. Kom hier, want daarmee huilt men niet.

    8. Zieke mensen willen door hem genezen worden.

  • Les 65

        -  

       Minasuriëli

    Enkele inlichtingen

     

    1 –     

    Qui meril tule meryalelyassen Tiriondenna,

    Als u in uw vakantie naar Tirion wil komen,

    2 –     

    á lelya er hando mestaron

    stap dan eens naar een reisagent

    3 –         

    ar ásen maquete minasuriër mestaron yar polil care tanome.

    en vraag hem inlichtingen over de uitstappen die u daar kan maken.

    4 –    

    Áva hehte leliën Aqualondenna,

    Vergeet niet om naar Zwaanhaven te gaan,

    5 –            

    hya yétiën i enwina Formenos, i hópa Eldamato ar i ingor Taniquetilo.

    of om het oude Formenos, de baai van Eldamat en de top van de Taniquetil te bekijken.

    6 –      

    Á mape tasse rimbave i cirya

    Neem er dikwijls de boot

    7 –     

    ar a lenna yando haire hrótar.

    en bezoek (betreed) ook afgelegen grotten.

    8 –       

    Á care, qui samil nirme, rimbe emmar

    Maak, als u zin heeft, talrijke afbeeldingen

    9 –      

    ar a yéta nórelma aqua órelyanen.

    en bekijk ons land met heel uw hart.

     

    Opmerkingen:

    • In deze les vinden we eindelijk de gebiedende wijs. De vorming is in principe vrij eenvoudig: plaats het woordje á voor de infinitief.
    • Indien deze infinitief een lange klinker, een tweeklank of twee opeenvolgende medeklinkers bevat dan gebruiken we a in plaats van á. Maar net zoals bij de bezitsuitgangen –, – en – (-nya, -lya en -rya) tellen combinaties met een ya niet mee, we vinden dus   á lelya "ga".
    • Bij een ontkennende gebiedende wijs gebruiken we in alle gevallen  áva (er is dus geen versie met een korte  a):   áva cene "kijk niet".
    • De gebiedende wijs heeft nog een bijzonder kenmerk: persoonlijke voornaamwoorden worden aan de woordjes á of  áva gehecht:   ánin anta "geef mij",   ávase saca "zoek hem/haar niet” (in deze constructie gebruiken we altijd á en nooit a).
    • Als het partikel á in zijn basisvorm aantreffen dan wordt het als één woord met het werkwoord uitgesproken en krijgt het de klemtoon. Als het wel een uitgang heeft dan wordt het als een apart woord met eigen klemtoon uitgesproken. Het korte partikel a vormt ook qua uitspraak één geheel met het werkwoord, het heeft echter nooit de klemtoon.
    • Het woordje  óre "hart" wordt gebruikt voor gevoelens. Het fysische hart (dus het orgaan) is  hón  (mv.  hondi).