• Les 29

        -  

         I onótië lúmeo

    De kalender

     

    1 –       

    I ambitya ranta lúmeo ná i canasta.

    De kleinste eenheid van tijd is het kwartier.

    2 –     

    Canta canastar carir mine lúme.

    Vier kwartieren vormen (maken) één uur.

    3 –          

    Canta yuquain lúmeli carir mine ré, sië aure ar lóme.

    Vierentwintig uren vormen één dag, dus een dag (periode dat het licht is) en een nacht.

    4 –     

    Otso rér carir mine otsola.

    Zeven dagen vormen een week.

    5 –           

    I essi réron nar: Isilya, Aldea, Menelya, Earenya, Tárion, Elenya, Anarya.

    De namen van de dagen zijn: maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag, zaterdag, zondag.

    6 –            

    Ilya asta same nelquain réli, canta otsolar nar sië har mine asta.

    Elke maand heeft dertig dagen, vier weken zijn dus bijna één maand.

    7 –       

    Ear yunque astar loasse ar lempe merendi.

    Er zijn twaalf maanden in een jaar en vijf feestdagen.

    8 –               

    I minya meren ná Vanyarië, tá hirir i astar: Víresse, Lótesse, Nárië, Cermië, Úrime, Yavannië.

    De eerste feestdag is Nieuwjaarsdag, dan volgen de maanden: april, mei, juni, juli, augustus, september.

    9 –           

    I endesse lo ear nelde merendi, yaron esta i ende Loënde.

    In het midden van het jaar zijn er drie feestdagen, waarvan de middelste Midjaarsdag heet.

    10 –          

    Ento tulir i astar Narquelië, Hísime, Ringare, Narvinye, Nénime, Súlime.

    Daarna komen de maanden oktober, november, december, januari, februari, maart.

    11 –      

    I telda meren lo ná Quantarië.

    De laatste feestdag van het jaar is Oudjaarsdag.

    12 –       

    Canta canquain tuxa loali carir mine Yén.

    144 jaar vormen één lang jaar.

    13 –           

    I loa same enque rantar: Tuile, Laire, Yávië, Quelle, Hríve, Coire.

    Het jaar heeft 6 seizoenen: late lente, zomer, vroege herfst, late herfst, winter, vroege lente.

     

    Opmerkingen:

    • De titel    i onótië lúmeo betekent letterlijk "de telling van de tijd".
    • De elfen gebruiken geen tijdsdelen kleiner dan een kwartier. Minuut en seconde hebben geen betekenis voor hen.
    • Het woord  lúme betekent zowel "tijd" als "uur".
    • De genitief van  loa "jaar" is lo.

     

    Belangrijke woorden:

      meren, merendi, feestdag, feestdagen.

  • Les 29 (kalender)

    De dagen van de week hebben volgende betekenissen:

           Isilya            maandag
                Aldea            boomdag
         Menelya       hemeldag
            Earenya        zeedag
        Tárion           Valardag
            Elenya          sterdag
             Anarya          zondag

     

    De elfse maanden komen niet helemaal overeen met onze maanden, ze beginnen zo meestal ergens rond de 15ste van de maand ervoor. Ze duren wel allemaal precies 30 dagen (behalve in een schrikkeljaar dan heeft  Yavannië 31 dagen). Het verloop in een gewoon jaar (en tussen haakjes in een schrikkeljaar) is als volgt:

              Víresse         18 maart (17) - 16 april (15)
                       (de jeugdige)

             Lótesse        17 april (16) - 16 mei (15)
                       (de bloeiende)

              Nárië            17 mei (16) - 15 juni (14)
                       (de vurige)

            Cermië         16 juni (15) - 15 juli (14)
                       (de hernieuwde)

               Úrime           16 juli (15) - 14 augustus (13)
                       (de hete)

            Yavannië      15 augustus (14) - 13 september
                       (de fruitige)

         Narquelië     17 september - 16 oktober
                       (de uitdovende)

             Hísime         17 oktober - 15 november
                       (de mistige)

              Ringare        16 november - 15 december
                       (de koude)

         Narvinye     16 december - 14 januari
                       (de nieuwe zon)

         Nénime        15 januari - 13 februari
                       (de waterige)

           Súlime          14 februari - 15 maart (14)
                       (de winderige)

     

    De drie tussendagen tussen Yavannië en Narquelië heten:  Tuilére,  Loënde,  Yáviére.

     

    De elfse seizoenen duren 72 dagen (zomer en winter) of 54 dagen (de andere vier).

    Er zijn 5 losse dagen die tot geen enkel seizoen behoren:  Yestare (rond 25 maart), de drie  Enderi (rond 15 september, in een schrikkeljaar zijn er zes  Enderi) en  Mettare (de dag voor  Yestare).  Mettare en  Yestare komen na  Cuire en voor  Tuile en de  Enderi vallen tussen  Yávië en  Quelle.

     

    De jaartelling volgens de seizoenen noemen we de telling van Rivendel. Die met de maanden heet de telling van Gondor.
    Een volledige datum bestaat dus uit twee delen, bvb.         (Tárion 24 Cermië - Loa 132 Laire 59). Deze dag is dus een vrijdag, het is de 24ste van de maand  Cermië, dit is de datum volgens Gondor. Volgens Rivendel is het de 132ste loa van de huidige  Yén en in die  Loa is het de 59ste dag van  Laire, de zomer.

  • Les 29 oefening

    

    1.     

    2.      

    3.    

    4.         

    5.   

    6.    

    7.    

    8.       

    9.   

    10.     

    11.     


    1. Mótan ilya otsola Isilyallo Elenyanna.

    2. Isilya, Menelya ar Tárion samin nóle.

    3. Narvinye same nelquain réli.

    4. Nelquain Yavannië esta Cormare, an nas i nosta Cormacolindo.

    5. Lúme ma nas?

    6. Nas canasta apa lempe.

    7. Nas canasta epe enque.

    8. Loa sinasse Yavannië same mine nelquain réli.

    9. Síra nas Tárion.

    10. Hrívesse umis lai ringa Alqualondesse.

    11. Ar Lairesse nas lai saiwa.


    1. Ik werk iedere week van maandag tot zaterdag.

    2. Maandag, woensdag en vrijdag heb ik les.

    3. Narvinyë heeft 30 dagen.

    4. De dertigste Yavannië heet Ringdag, omdat het de verjaardag van Frodo (de Ringdrager) is.

    5. Hoe laat is het? (welk uur is het)

    6. Het is kwart na vijf.

    7. Het is kwart voor zes.

    8. Dit jaar heeft Yavannië 31 dagen.

    9. Vandaag is het vrijdag.

    10. ’s Winters is het niet erg koud in Zwaanhaven.

    11. En ’s zomers is het erg heet.