• Les 15

       -  

       Endauresse

    ‘s Middags


    1 –       

    Íre enlelyan i martamenna, lelyan i matasambenna.

    Wanneer ik terugkeer naar de herberg, dan ga ik naar de eetzaal.

    2 –       

    Sarnonyasse hirin vene, sicil, nastale ar calpale.

    Op mijn tafel vind ik een bord, een mes, een vork en een lepel.

    3 –         

    Epe venenya ear atta súlur, mine nenen, mine limpen.

    Voor mijn bord zijn er twee glazen, één voor water, één voor wijn.

    4 –          

    Ear yando olpe neno, olpe carne limpeo ar teldave lanne.

    Er staan ook een fles water, een fles rode wijn en tenslotte een servet (doekje).

    5 –          

    Quen tulo ninya minyave sulpa, matinyes as olya tyáve calpalenyanen.

    Men brengt mij eerst soep, ik eet ze met veel smaak met mijn lepel op.

    6 –           

    Ento i apsa ya ná lai mane, matinyes sicilenen ar nastalenen.

    Dan de hoofdmaaltijd (gekookte maaltijd) die zeer lekker is, ik eet ze met mes en vork.

    7 –          

    Apa i apsa quen tulo ninna yáve ar ristanyes sicilinyenen.

    Na de maaltijd brengt men mij fruit en ik snij het met mijn mes.

    8 –      

    Autan i matasan arwa mane indo.

    Ik verlaat de eetzaal met een goed gevoel.


    Opmerkingen:

    • De woorden  nastale "vork" en  calpale "lepel" betekenen letterlijk "prikker" en "schepper".
    • Het woordje  tyáve "smaak" heeft, net als  malle "straat", een meervoud op – -r:  tyáver.
    • Het Nederlandse "men" vertalen we met  quen, dit woord lijkt heel veel op  quén "persoon". Ge ziet trouwens enkel in de nominatief een verschil in de andere naamvallen zijn ze gelijk.
    • Het werkwoord - tulu- "brengen" is een werkwoord op – -u. Verwar het niet met - tul- "komen".
    • Het voornaamste onderwerp van deze les is de naamval instrumentalis, we gebruiken deze in plaats van het voorzetsel "met". Echter niet elke keer dat we in het Nederlands "met" tegenkomen kunnen we in Quenya een instrumentalis gebruiken, dit kan alleen maar als ge het voorzetsel "met" kunt vervangen door "door middel van". Om de instrumentalis van een substantief te vormen voegt men achter de datief de uitgang – -en toe, een instrumentalis eindigt dus meestal op – -nen (enkelvoud) of – -inen (meervoud).

     

    Belangrijke woorden:

            
    schip, met een schip, met schepen, stad, met een stad, met steden, mens, met een mens, met mensen.

  • Les 15 oefening

    

    1.      

    2.    

    3.      

    4.      

    5.    

    6.      

    7.        

    8.    


    1. I matasambesse quen mate ar suce.

    2. Sucin cerme limpe súlunen.

    3. Íre cuivan, sucin minyave súlo neno.

    4. I arinesse sucin ilin alta yulmanen.

    5. Nissenya ua suce limpe.

    6. Ma quen suce limpe i arinesse?

    7. Ui, i arinesse quen suce ilin hya sáva.

    8. Ear alte yávi Ondonóresse.


    1. In de eetzaal eet men en drinkt men.

    2. Ik drink rode wijn uit (door middel van) een glas.

    3. Wanneer ik ontwaak, drink ik eerst een glas water.

    4. ’s Morgens drink ik melk uit een grote beker.

    5. Mijn vrouw drinkt geen wijn.

    6. Drinkt men ’s morgens wijn?

    7. Neen, ’s morgens drinkt men melk of fruitsap.

    8.Er zijn grote vruchten in Gondor.

  • Les 16

       -  

       Earenna

    Naar zee

     

    1 –      

    Lúmesse otso samin omentië as nildonya.

    Om zeven uur ontmoet ik (heb ik een ontmoeting met) mijn vriend.

    2 –       

    Maquetin sen ita nas manwave cariën ráne.

    Ik vraag hem of hij klaar is om een wandeling te maken.

    3 –        

    Tóquetiryen: Ná, mal qui meril luto, lelyamme earenna.

    Hij antwoordt mij: Ja, maar als ge wilt zwemmen, dan gaan we naar zee.

    4 –     

    Apa perta lúme eamme falasse.

    Na een half uur zijn we op het strand.

    5 –        

    Anar síla ar i ear ná quanta calo.

    De zon schijnt en de zee is vol licht.

    6 –             

    Lútuamme imbe i helwe falmar, i nén ná lai mára ment, nas írima.

    We zwemmen tussen de blauwe golven, het waterbevalt ons beiden erg, het is prachtig.

    7 –       

    Cénamme híni yar cápear ar haltear lálala.

    We zien kinderen die al lachend springen en duiken.

    8 –        

    Imbe atta falmar omentamme sermo, suilammes ar maquetinyes:

    Tussen twee golven ontmoeten we een kennis,we groeten hem en ik vraag hem:

    9 –    

    Ma lútual yando sinome?

    Zijt gij hier ook aan het zwemmen?

    10 –  

    Ve cénalde.

    Zoals jullie zien.

    11 –      

    Alve lelya i falassenna, ea suhtacar.

    Laten we naar het strand gaan, er is een café (drankhuis).


    Vanaf deze les starten we met een tweede tegenwoordige tijd: de continuatief. De tijd die we tot hiertoe gebruikt hebben is de aorist. In modern Quenya is er niet zo veel verschil in betekenis meer tussen beide, daarom hebben we in alle lessen tot hiertoe enkel aoristen gebruikt.

    In essentie gebruiken we een continuatief als iets een langere tijd duurt, in het Nederlands geven we dat meestal weer door "aan het"; dus bijvoorbeeld "ik ben aan het eten" zou in Quenya een continuatief zijn:  mátan, terwijl de aorist  matin gewoon "ik eet" uitdrukt zonder verwijzing naar de duur. In de herhalingsles bekijken we de details van de vorming van deze tijd, nu is het belangrijkste dat ge opmerkt dat het voornaamste kenmerk de lange stamklinker en de uitgang – -a is: - mat- "eten" wordt   quen máta "iemand is aan het eten",  mátan "ik ben aan het eten",  mátal "gij zijt aan het eten", ...

    De werkwoorden  en  ea hebben geen aparte vormen voor continuatief en aorist.


    Opmerkingen:

    • De uren worden gemeten vanaf zonsopgang dus 7 uur komt in de zomer ongeveer overeen met onze 13u.
    • Verwar het woord  ear "zee" niet met de werkwoordsvorm  ear "er zijn".
    • De uitgang – -iën bij een werkwoord betekent "om te".
    • Het werkwoord - lutu- is een werkwoord met stam op – -u, het betekent letterlijk "drijven".
    • De uitgang – -lde betekent "jullie".
    • De begrippen  Anar "zon" en  Isil "maan" krijgen in Quenya nooit een lidwoord. In Latijns schrift worden ze altijd met een hoofdletter geschreven.
    • Het partikel  alve betekent door de uitgang - -lve "laten we".
    • In de oefeningen vinden we de allatief van  ear "zee":  eallo.


    Belangrijke woorden:

     , falas, falassi, strand, stranden.